5 april 2020

Demo CBR proefexamen KVB 1 (Vaarbewijs4all)

Dit is een officieel CBR vaarbewijs examen geweest in 2019.

Het examen bestaat uit 40 vragen tijdens uw examen.

Succes Team Vaarbewijs4all

1. Aan boord van een schip zie je deze afbeelding staan. Dit betekent?



2. Aan boord van een schip zie je deze afbeelding staan. Dit betekent?



3. Welke van de onderstaande beweringen is voor de getekende situatie juist? Er bestaat gevaar voor aanvaring. Wie moet voorrang verlenen?



4. Krabben is het?

5. Ankeren en meren mag je volgens het BPR?

6. Een klein motorschip en een klein zeilschip (zeilend over stuurboordboeg) sturen recht tegen elkaar in. Wie moet voorrang verlenen?



7. Uw schip is aan de grond gelopen. Welke bewering is juist?

1. Om los te komen vermindert u uw diepgang door de inhoud van de vuilwatertank overboord te pompen.

2. In de richting waar u vandaan kwam is het water dieper.

8. Welke functie heeft een stuwdruklager?

9. Welk van de onderstaande antwoorden is juist?



10. De kenmerken van een niet opblaasbaar reddingvest zijn?

11. Wat is het voordeel van een buitenboordmotor ten opzichte van een binnenboordmotor?

12. De gevaren die bij een brand op de loer liggen, zijn?

13. Er zijn reddingvesten in verschillende klassen. Welke van deze vesten is het meeste geschikt voor zwemmers en niet zwemmers op open water (IJsselmeer) en veilig bij bewusteloosheid?



14. Een roeiboot X en een klein motorschip Y naderen elkaar met kruisende koers. Wat moet er gebeuren?



15. Wanneer u brandstof heeft getankt verdient het vooral aanbeveling?

16. Wat betekenen deze lichten?



17. De bestuurder van een snelle motorboot?

18. Wat betekent dit dagsein?



19. Op het Volkerak mag tijdens slecht zicht uitsluitend verder gevaren worden door?

20. Wat betekenen de hier getoonde geluidsseinen?



21. Wanneer 2 koers kruisende zeilende kleine schepen, beide zeilend over dezelfde boeg, waarbij gevaar voor aanvaring bestaat, moet(en)?

22. Het dagmerk, dat een schip voert, dat een duiker buitenboord heeft, is een?

23. Een buitenboordmotor in een motorbun heeft voldoende toevoer van buitenlucht nodig. Waarom is dat?

24. Uw schip is uitgerust met een goedgekeurde AIS ontvanger. Welk diploma of certificaat moet u of één van uw mede-opvarenden hebben?

25. Welke van de onderstaande beweringen is voor de getekende situatie juist? Klein zeilschip Y loopt klein zeilschip X voorbij. Er bestaat gevaar voor aanvaring. Wie moet voorrang verlenen?



26. Met uw snelle motorboot ligt u voor anker. Uw ankergerei bestaat uit een dreganker, een ketting voorloop van 3 meter en een ankerlijn van 10 meter. Het water is ter plaatse ongeveer 5 meter diep. U bent alleen aan boord. U wilt verder varen, start de motor en haalt de ankerlijn op. Bij het binnenhalen van het laatste stuk merkt u dat uw anker muurvast zit. Hoe handelt u nu?

27. Welke van de onderstaande beweringen is voor de getekende situatie juist? Er bestaat gevaar voor aanvaring. Wie moet er voorrang verlenen volgens het BPR?



28. U komt met een klein motorschip aan bij een ligplaats aan hogerwal. Ga dan liefst als volgt te werk: u vaart onder een hoek van circa 45° naar de kade toe en brengt dan als eerste uit een?

29. In het cardinale markeringssysteem kan een lichtboei ten oosten van een te markeren punt het volgende lichtkarakter hebben?

30. Een klein schip dat door een zeilschip wordt opgelopen moet zo mogelijk ertoe meewerken dat dit aan loef kan voorbijlopen. Wat is juist?

31. U ziet in het midden van een groot meer een bolvormige, verticaal rood-wit gestreepte boei. Deze boei passeert u?

32. Hoe wordt het veiligst gehandeld om met een kleine motorschip in een kanaal een aantal laverende zeilschepen voorbij te lopen?



33. Welke lichten moet een groot motorschip in de nacht voeren?

34. Een groot schip wil vertrekken. Een groot schip?

35. Mag je ligplaats nemen zodanig dat hiermee een engte in de vaarweg ontstaat?

36. Wanneer moet de bestuurder van een snelle motorboot verplicht een reddingvest dragen?

37. Er bestaat gevaar voor een aanvaring. Wie moet voorrang verlenen?



38. In de waterkaart staat bij een kanaal vermeld: D 12. Ook leest u in de kaart dat de diepten gegeven zijn ten opzichte van kanaalpeil. KP = NAP + 2 dm. In het kanaal is een peilschaal aangebracht, waarop u afleest dat de waterstand gelijk is aan NAP. De diepgang van het schip is 70 cm. Bij doorvaart door het kanaal blijft onder de kiel nog over?

39. Het gebruik van een lnland ECDIS installatie als vervanger van een rader is?

40. Een motorschip waarvan de motor is uitgevallen wordt gesleept. Doordat er geen schroefwater langs het roer stroomt luistert het schip slecht naar het roer. Op welke manier kan er onder rustige omstandigheden het beste worden gesleept?


Naam E-mail